Elke organisatie maakt beloften. Soms expliciet, in een slogan, een campagne, een werven-bij-pagina. Soms impliciet, in de manier waarop medewerkers de telefoon opnemen, in de snelheid waarmee klachten worden afgehandeld, in het kleine detail dat iemand onthoudt.
Die beloften vormen samen de merkbelofte. En een merkbelofte die niet wordt waargemaakt, is actiever schadelijk dan helemaal geen belofte hebben.
Een merkbelofte is de verwachting die een organisatie wekt bij haar doelgroepen: klanten, kandidaten, partners. Niet wat de organisatie over zichzelf zegt, maar wat mensen verwachten als ze met haar in aanraking komen.
Die verwachting bouw je op via alles wat je communiceert en doet. Je slogan. Je tone of voice. De ervaring in het eerste contactmoment. De snelheid van je klantenservice. Het gedrag van je medewerkers. Elk van die touchpoints bevestigt of ondermijnt de belofte.
Een sterke merkbelofte is specifiek, eerlijk en consistent. "Wij leveren altijd binnen 24 uur" is een belofte. "Wij zijn er voor u" is geen belofte, het is een platitude. Het verschil: één ervan kun je nakomen of breken. De andere bestaat niet echt.
Een klant of kandidaat die jouw merkbelofte niet kent, kiest misschien voor een concurrent. Dat is een gemiste kans.
Een klant of kandidaat die jouw merkbelofte wel kent en vervolgens merkt dat ze niet klopt, doet iets anders. Die verliest vertrouwen. Vertelt het door. En keert niet terug.
Onderzoek naar klantgedrag toont consistent hetzelfde patroon: een slechte ervaring na een hoge verwachting is aanzienlijk schadelijker dan een slechte ervaring zonder verwachting. De reden is simpel, teleurstelling vereist eerst een verwachting. En hoe harder de belofte, hoe groter de val.
In een transparante markt waar kandidaten reviews lezen, klanten op LinkedIn vergelijken en medewerkers op Glassdoor schrijven, is de kloof tussen belofte en werkelijkheid onmogelijk verborgen te houden. Ze komt altijd naar boven. Altijd.
De belofte klopt niet intern. Een organisatie belooft "een open cultuur" aan kandidaten, terwijl medewerkers intern een andere werkelijkheid ervaren. Nieuwe mensen komen aan boord op basis van een belofte die niet klopt en vertrekken snel. En ze praten erover.
De belofte schaalt niet mee. Een klein bedrijf dat "persoonlijk contact" belooft, kan dat waarmaken met twintig medewerkers. Na groei naar tweehonderd is dat dezelfde slogan, maar een andere werkelijkheid. Wie de belofte niet aanpast of intern borgt, loopt achter de feiten aan.
De belofte is te groot. Organisaties formuleren merkbeloften in de superlatieven die ze zichzelf toedichten "de meest innovatieve", "de meest klantgerichte", "de beste werkgever". Die belofte is onmogelijk consequent waar te maken. En de eerste keer dat het misgaat, is de schade disproportioneel groot.
De sterkste merkbeloften zijn niet de meest ambitieuze, ze zijn de meest eerlijke. Ze zeggen iets specifieks over wat een organisatie te bieden heeft voor een specifiek type mens. Inclusief wat de organisatie niet is.
Dat vraagt om drie dingen.
Alles wat hier geldt voor de merkbelofte richting klanten, geldt ook voor de werkgeversbelofte richting kandidaten en medewerkers, de Employee Value Proposition. Een EVP die niet klopt met de werkelijkheid op de werkvloer, is een gebroken merkbelofte in de richting van je eigen mensen.
Bij Arthur & Brent behandelen we die twee altijd vanuit dezelfde bron: de merkidentiteit. Een organisatie die intern en extern hetzelfde verhaal vertelt, heeft een merkbelofte die ook onder druk standhoudt.
→ Meer over merkpositionering als fundament
→ Meer over merkidentiteit
→ Meer over EVP en werkgeversbelofte
→ Meer over internal branding